woensdag 31 december 2008

Bisons gespot in Elk Island

Zacht weer vandaag, de zon schijnt, dus gaan we naar Jakob's schaakkamp toch maar even snel naar Elk Island, want het hoofdkwartier van de Roving chess nuts is dichtbij de Yellowhead trail die direct naar Elk Island gaat. Kort na de park gate zien we al de eerste bison, een eenzame jongere bosbison stier (bison bison bison). Wij stoppen direct, en staan er mooi allein auf weiter Flur in de great white north. Wroom, een truck bromt aan ons voorbij in een wolk van sneeuwstof, er zijn toch nog anderen op bisonjagd.


Ik stap onder protest der kinderen ("Ik ben bang!") uit om de camera te halen. De bison gaat rustig door met gras zoeken. Hij is best ver weg en wij wagen ons nog niet dichter bij.


De niet-dominante jongens kunnen geen kudde bij elkaar krijgen en dwalen verslagen en eenzaam door de kou op zoek naar een eetbaar sprietje gras onder de sneeuw. Wij daarentegen zitten nog lekker in de warme Jeep en vragen ons af waarheen we nu moeten om een hele kudde te vinden. Rechts gaat een besneeuwde weg in nauwe bochten naar de Tawayik lake, gaan we daar eens kijken. De Jeep gaat makkelijk door de gladde bochtjes en over de steile heuveltjes. Beetje slippery, maar geen probleem.

Eerst worden onder het rustige ronken van de lopende motor nog wat donuts opgevreten, met gesmolten chocola glazuur, zodat de spikkeltjes aan alle vingers en neuzen plakken, maar dan moeten wij er toch maar uit, en Elma heeft niet eens long johns aan. Het is slechts -23 °C, toch ook een beetje koud. Op het moment dat ik de motor uitzet, vraag ik me altijd meteen af of hij straks ook weer aan zal gaan. Wij zitten hier helemaal alleen in de sneeuw, Edmonton is 30km weg, en het is te koud om langer dan 30 min op hulp te kunnen wachten. Er zit wel een soort hut naast de parkeerplaats, en er is vuurhout. Wij hebben natuurlijk lucifers (verplicht) dus wij zouden een vuur kunnen maken, in het geval dat ..., onze bijl zijn we weer vergeten, en het vuurhout is best grof, grote blokken ...

Op het uitzichtplatform blijf ik meteen steken, bewapend met verrekijker en Peterson's Field Guide to Birds of North America identificeer ik de Black-Capped Chickadee (poecile atricapillus). Ik kan maar niet los komen van de 10 exemplaren die aan de bosrand door de struiken turnen, tot ik door Elma tot de orde word geroepen. Lopen marsch, het wordt koud, en wat moeten de kindjes. Wij lopen het bos in richting meer, op een vers-gespoorde loipe, Elma gelooft het niet, en wij stampen er dus lekker overheen. In Oostenrijk hadden ze ons hiervoor vermoord, maar hier is toch niemand. Op een klein paadje gaan we af van de loipe dwars door het bos. Ik en Jakob vooruit, Elma geleidt Becky, die met haar korte beentjes in de sneeuw behoorlijk moet ploeteren. Ehh, waar zijn ze eigenlijk?


Oh ja, daar komen ze!

Wij lopen verder op een smalle pad in de sneeuw. Jakob oppert dat het misschien een bison pad zou kunnen zijn, maar wij lachen hem uit. Plotseling zegt Elma: hey kijk daar! En inderdaad, daar staat de hele kudde, ca 25 beesten ca 400m voor ons.


Wij gaan dan toch even terug naar het bos. Jakob wijst ons nog op het gevaar van de volledig rode Rebecca. Wij wilden er sowieso met de kids niet direct langs lopen, niet langs de eerste kudde bisons die wij in ons hele leven gezien hebben. Wij lezen later dat ze best gevaarlijk zijn, veel gevaarlijker dan de beren, bijvoorbeeld. Wij lopen via het bos om de kudde heen en sluipen dan van de andere kant, de Jeep in de rug, nog een keer naar ze toe. Prachtig zien we ze dan staan te dampen in diepe rust, en wij vliegen er als muggen onrustig omheen, onzeker, onder de indruk, beetje bang, beetje trots, mensachtig.

Elma's benen en voeten zijn koud. Op de weg naar de auto zien we nog een groot hairy woodpecker (picoides villosus) mannetje. Ik druk op het remote starter knopje van de autosleutel, en - miraculum admirabilis - hij start zonder problemen direct op, kan Elma zich al opwarmen, en kunnen ik en Jakob in plaats van hout hakken en vuur maken in alle rust de prachtige specht gadeslaan die ons van de top van een half-afgebroken berk terug-gadeslaat.

Wij willen nog niet weg en brommen nog dieper de park in, naar het Astotin lake. Daar is ook niemand. De zon zakt boven het bevroren meer weg achter sneeuwwolken die aanduiden dat de voor vandaag voorspelde sneeuw misschien zo straks toch nog komt.


Het wordt tijd terug te gaan, naar het Indiaas kookboek toe, chapatis moeten worden gebakken, enzovoorts, enzovoorts, wat kan een mens toch allemaal opstapelen in zo een dag, die een beetje lijkt op onze box in de opslag, waar een half leven opgestapeld ligt op 15m². Voor de uitgang ontdekt Elma in het bos nog een hele kudde edelherten (cervus elphus). Ze blijven liggen en kijken naar onze bromvlieg met hun grote oren, het hele bos lijkt wel vol van hun grote oren, de grootste edelherten kudde die wij ooit gezien hebben, in Banff en Jasper waren het altijd niet meer dan 12-15 dieren.

 Op de weg terug zien we 1000 schizofrene zonsondergangen.


maandag 29 december 2008

Kerstvakantie in Edmonton

De afgelopen dagen regen zich loom aaneen: beetje uitslapen, pannetje havermout koken, kopje koffie, beetje tobogganing, huisjes bouwen in de kelder, beetje eten koken, beetje muziek maken, verhaaltje lezen, haardje aan, potje thee koken, filmpje kijken, beetje slapen. Maar schijn bedriegt want ondertussen wordt keihard gewerkt. De kinders zitten iedere dag trouw een 1-2 uurtjes aan hun Nederlandse schrijf-, spel- en leesoefeningen, ook Rebecca die keihard al de boeken doorwerkt die ik uit Nederland meegenomen heb. Aan het goddelijke uitslapen, des te beter met uitzicht op bergen sneeuw, is deze ochtend helaas drastisch een einde gekomen omdat we Jakob om 9 uur bij zijn chesscamp moesten krijgen (en morgen ook, en overmorgen). Ik oefen mezelf ondertussen in de Indiase keuken en probeer de verborgen krachten van het zo intrigerende maar ook zo vreselijk stinkende asafoetida ("Duivelsdrek") te doorgronden. Een nieuwe wereld met mosterdzaad, fenegriek en kardamompeulen, en zoveel interessanter dan de verkeersregels hier in Alberta ...

Bij het sleeen verleggen we langzaam onze grenzen. De heuveltjes aan de overkant van de straat werden een beetje saai en dus zijn we eergisteren afgezakt naar Whitemud Ravine. Keihard zeilden babies, peuters, kleuters, kinderen, adolescenten, jong-volwassenen, ouder-volwassenen en bejaarden naar beneden, op bijna Hollandse wijze het waarschuwingsbord negerend. Zelfs honden renden mee.

Jakob nam een aanloop en vloog manmoedig met de meute mee, rolde over de kop en bezwoor ons onder flinke uithalen "noooooooit meer te gaan sleeen". De afdaling aan de overkant was meer ons formaat. Op dat heuveltje hebben we alle vier een paar middagen flink geoefend. Jacky is nu helemaal klaar voor de grote heuvel. Becky is al een keer met bak en al in de strobalen beland, hard lachend. Gisteren de dag stijlvol afgesloten in ons privezwembad Scona, waarna we compleet doorgewarmd door de sauna, tevreden door de sneeuw terug naar huis stapten.

Vanochtend op de terugweg van de Roving Chessnuts vroeg Jakob ineens of we nog foto's van ons huis in Utrecht hadden. Een minuut later hoorde ik zacht gesnik. De afgelopen maanden was hij zo in beslag genomen door al het nieuwe dat hij het nauwelijks besefte, maar nu miste hij toch opeens zijn vriendjes in Nederland, misschien gevoed door de mooie stapel brieven en tekeningen van zijn klasgenootjes die ik uit Nederland meegenomen heb of misschien ook door de pokemonnenoorlog die hij zaterdag via Skype nog gevoerd heeft met zijn beste vriendje aan de andere kant van de Atlantic. Dat is wel leuk maar toch net niet helemaal echt.

Mij verbaast het dat alles waar ik me een tijdje geleden nog zo over verbaasde nu gewoon lijkt. De praktisch-ingedeelde, uit de grond gestampte ruitjes- en blokjesstad waar niets verankerd wordt in de grond. De hangende bossen electriciteitskabels in achterstraatjes en de huizen die altijd een trapje hebben. Decorwinkelgevels, verijste wegen met grote trucks, jongemannen die bij windchill -28 in korte broek en op adidas slippers buiten rondwandelen. Of huizen ingepakt in homewrap, auto's waar stekkers uithangen en mensen ongeacht sociale rang of stand op sneakers of snowboots, het liefst met grote bekers koffie wandelend op straat. Het heeft wel wat.

vrijdag 26 december 2008

Eindejaarsbezinning


Toen we vanavond terugwandelden van een Boxing Day' theebezoekje, stuitten we twee avenues ten zuiden van ons huisje op dit ontroerende tafereeltje. "Wat mooi ...", verzuchtte Rebecca. Op straat stopte menig auto om de inzittenden een blik te gunnen op dit 21ste eeuwse tableaux vivant, deze temple of light. Vermoedend dat het geen spaarlampen zijn, kon ik toch aan weinig anders denken dan aan de tweede 'toxic serie' die we gisteravond bekeken hebben over Garbage Island , een gebied in de Pacific waar een enorme hoeveelheid onafbreekbaar plastic ronddobbert. Na afloop zaten we wat stilletjes op de bank, in de wetenschap dat ook wij hier ons steentje aan bijdragen. Met grootse daden voor ogen, afgeroomd door de nodige zelfkennis, zijn we begonnen aan een bijzonder nederig en ietwat lachwekkend lijstje bestaande uit afval- en energiebesparende acties als 'tassen bij de Save on Foods aanschaffen', 'streng lamp- en kachelbeleid' (met een long John aan, kan de kachel twee graad lager), 'minder brood roosteren', 'minder eten met veel verpakking', etcetera etcetera. Een druppel op een gloeiende plaat, zeker gezien het leven in deze grote Noordamerikaanse stad met haar noordelijke landklimaat waar 8-cilinder motoren flink ronken, in ieder huis de kachel op volle toeren draait en alles op olie gebouwd is. Het is hier op de spits gedreven. Maar niet alleen hier, want leven op de zeebodem heeft eenzelfde mate van absurditeit. Ter afsluiting van de dag een passend (beetje slap) alternatief kerstverhaal verteld in Children of Men. Terwijl de kindjes vredig lagen te slapen, hier de kogels door de kamer vlogen, werd 2x aangeklopt. Geen vluchtelingen op zoek naar onderdak, maar feestgangers op zoek naar hun feestje. Mensch, o mensch.

donderdag 25 december 2008

Holderdebolder

Iedere speeltuin, ieder grasveld om elke school heeft hier een heuveltje. Zodra de eerste sneeuwvlokken beginnen te vallen en de kinderen met ouders beginnen te onderhandelen over het moment wanneer ze voor het eerst in hun sneeuwpak gehesen mogen worden, wordt duidelijk waar dit interessante stukje stadslandschap haar oorsprong heeft. 


Ook wij hebben nu een collectie van 4 verschillende sleeen. De simpelste zijn het best. De bak is prima om peuters en kleuters (maar ook moeders) mee van de heuvel te slingeren.Een stuk plastic met twee gaten bovenaan is perfect om na een korte aanloop met beide knieeen op de landen en daarna flink door te zeilen. Of om ernaast de berg af te rollen.


En de verschillende sleeen kunnen ook gecombineerd worden.


Na dit sneeuwavontuur en een pan vol boeuf provencale (met een Australische Shiraz), leek het ons een goed moment voor een traditioneel kerstverhaal, geflankeerd door een snorrend haardvuurtje en ettelijke kaarsvlammetjes. Maar, dat bleek makkelijker gedacht dan uitgevoerd. Jozef en Maria 'kennen we al', en bovendien heeft het iets hypocriets om ze uit hun stal te halen in ons niet zo godsvruchtige huishouden. A Christmas Carrol bleek na een half uurtje Dickensiaans Engels online vertalen niet zo boeiend meer en Google leverde vooral een puntloos ('is dit het einde?') verhaaltje op over kapotte kerstballen. Uiteindelijk strandden we bij good ol' Grimm.

Toch een nieuwe schaakquiz

Toen Jakob het laatste bericht over schaak las vond hij het zielig voor jullie dat er geen schaakquiz meer zou komen . Hij heeft meteen een nieuwe puzzel verzonnen. Aub, dit keer iets overzichtelijker, zwart aan zet, mat in 3: