Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen

zaterdag 25 december 2010

Solar system mobile making kit

Wat kun je beter doen op eerste kerstdag, terwijl Teresa's lamb roast in de oven ligt te braden, dan een solar system kit in elkaar knutselen? Er zijn op z'n minst duizend-en-een dingen die je beter kunt doen. Desondanks zaten we op de middag van eerste kerstdag met penseeltjes in onze hand glow paint op de zon, neptunus, mercurius, venus, mars, aarde, jupiter, saturnus en uranus te smeren. Hoe dikker de verf hoe meer gloei. Maar hoe dikker de verf, hoe minder je zag van de mooie kleurtjes. Het smeren was een bijzonder precaire aangelegenheid.

Daarna moest de constructie, bestaande uit vier plastic rietjes en in het midden een kruisje, gebouwd worden, en de planeten gehangen. Wat ze niet onder punt 2 op de handleiding vermelden is dat het meegeleverde touw niet alleen razendsnel rafelt maar zich ook als Houdini ontknoopt.


Uiteindelijk alles met de aloude aansteker-truc vastgesmolten en twee uur bungelde mijn eigen zonnestelsel vrolijk aan de lamp. Lampje aan.

Lampje uit.

Hmmm ja, ook wij hadden wel iets meer gloei verwacht ... 's Avonds als troost (na deel 1 en deel 2) deel 3 van The Girl gekeken. Ach wat is Zweden toch een mooi land, waar alles goed geregeld is.

zaterdag 4 december 2010

10+42+6+X = 96


Dit jaar heeft men weer goed uitgepakt. Kreeg ik een aantal jaar geleden nog een bandenplaksetje (29ste verjaardag) of een wat extra gigs geheugen voor mijn computer (30ste verjaardag), de laatste jaren is het echt een vetpot. Vorig jaar was het thema tekenen, dit jaar zie ik zowel grote geestelijke verrijking (3 boeken) als fysieke taken (zwembril) voor me. Gelukkig wel een glaasje port erbij, zodat ik Pluto en Mars op de kop kan plakken als ik in de kleine uurtjes het zonnenstelsel in elkaar knutsel. En als laatste, om het feestje ook een idealistisch karakter te geven, een verjaardagsdonatie aan Wikileaks. Ach ja, en niet te vergeten het cadeau van Rebecca dat al een maand op me lag te wachten in de kast: een compleet dichtgekit doosje met daarin een haarknip van mezelf die ik al een tijdje (maand) kwijt was. Bedankt!

Tja, weer een jaartje om, en waar gaan we naartoe? Deze ochtend om te beginnen eerst ontbijten bij Friends & Neighbours, onze favoriete diner, waar we nu, nu we wat verder van Whyte Avenue wonen, niet zomaar meer naartoe kunnen wandelen voor een Eggs Benedict met White Wine Hollandaise Sauce en 4 slappe mokken koffie. Daarna even de handschoenen thuis oppikken, mutsen op het hoofd, snotneuzen in de jas, en verder voor een wandeling naar Hawrelak Park. Stralend weer, maar koud, koud, koud.


Thuis weer opgewarmd, hotdogs met zuurkool gegeten en ons allemaal op de bank genesteld onder een grote deken om the Bridge of Therabithia te kijken.

vrijdag 1 oktober 2010

Creatief europees bakken


Op vrijdagochtend, als de kinderen naar school zijn, fietsen we eerst noordoost naar de Scona Pool. Zoals altijd wordt de Scona Pool nog steeds met sluiting bedreigd, maar zoals altijd blijven ze ook nog een jaartje open. Ondertussen heb ik mijn zwemkilometer uitgebreid tot anderhalve zwemkilometer. Na het zwemmen fietsen we zuid, naar de Artistic Bake Shop, om verse Pretzels te kopen. A. wees me vanochtend van alles aan: Pflaumenkuchen, Linsertorte, Bienenstich, Schweinsohren, .... 'Wir nennen das Elefantenohren' zei de vrouw naast ons. We komen tot de conclusie dat het een verschil is tussen noord- en zuid-Duitsland, want in het noorden hebben ze olifanten en in het zuiden varkens. De verkoopster, met een zuid-Duitse tongval, mengt zich in het gesprek en vertelt dat sommige mensen ze ook Eselsohren noemen. Dat zijn waarschijnlijk de mensen die als kind leden aan ongediagnosticeerde ADHD. Maar als ik zo terugdenk aan die koekjes, en de oren van de verschillende dieren ernaast leg, dan vind ik ze eigenlijk het meest op muizenoren lijken. Kijken of ze het pikken als ik de volgende keer Mausenohren bestel.

dinsdag 7 september 2010

Beer en stekelvarken

De volgende dag en de dag daaropvolgend lopen we nog een keer en nog een keer de linkerroute. Iedere dag is het weer anders, en iedere dag worden de bladeren roder en bruiner. Op de eerste dag steekt er onverwachts een berenhoofd boven de shrubs uit. Even later zien we de beer nog een keer als hij op het strand bezig is met het opeten van een of ander kadaver.


De tweede dag zien we stekelvarken van heel dichtbij. Hij heeft een beschut plekje gevonden in de ruine van de shepherd's shelter. Als hij denkt dat een van ons te dichtbij komt, draait hij zijn billen naar diegene toe met de stekels omhoog. Deze dag hebben we geen fototoestel mee.


Iedere dag maken we dezelfde wandeling, en iedere dag bakt A. een pie van de 2.5 kilo blueberries die hij heeft gekocht.

dinsdag 31 augustus 2010

Ingonish

Vandaag zakken we af van Dingwall naar Ingonish, aan de oostkant van het national park. Onderweg wandelen we een deel van de Coastal trail, een wandelpad langs de kust, en komen uit bij Black Brook Beach. Ik had al ergens gelezen dat dit een populair strand was, en nu zie ik ook waarom. Het is geen strand voor families met kleine kinderen, maar het is een strand voor mensen die ervan houden om murw gebeukt te worden door de golven. Ze staan zo'n 20 meter van de kust af en laten zich keer op keer omverwerpen en rondtuimelen. Van een afstand ziet het er dramatisch uit; we zijn blij als we na iedere golf de hoofdjes weer boven zien komen. Maar als we er zelf tussen staan blijkt het gevoel om niet meer te weten waar links of rechts en onder of boven zijn verslavend. De ene golf is niet de andere, en het wachten is steeds op die hele hoge, die precies op jouw hoofd omslaat. We slepen ons met moeite uit de zee, om verder te gaan naar de eindbestemming, de Driftwood Lodge in Ingonish.

Het is wennen, met z'n zessen in een kleine cabin. De diverse onderdelen van de lodge zijn enerzijds in staat van ontbinding en anderzijds in staat van ontwikkeling, maar de cabin heeft alles, inclusief een fraai uitzicht en als we het trapje afdalen, een eigen strand in een rustige baai.


De volgende ochtend spotten A & opa een Alle Alle, ofwel Dovekie, die graag onder water kijkt.

We wandelen de Middle Head trail en zien Cape Smokey, op de tweede werf van North Ingonish vangen Jakob en opa twee makrelen en krijgen er nog twee bij van een andere visser die iedere dag een emmer vol vist. 's Avonds smoren we ze op het vuur aan het strand. Een paar andere gasten van de lodge zitten verspreid om het vuur, een paar Canadezen uit andere delen van Canada en een Italiaan die in New Jersey bezig is te promoveren op oceanografie.

maandag 30 augustus 2010

My friends chowder en lobster


Deze ochtend waait het en de dikke zwarte vliegen laten het voor gezien. Na de ochtendduik is het tijd om de benen te strekken. Er zijn een aantal kleinere wandelingen in de buurt die we allemaal aflopen, zoals de wandeling tussen de sugar maples, die in een beschermde valei een ongekende leeftijd en hoogte kunnen bereiken, of de wandeling naar Lone Shieling, een replica van een oude schaapshut, zoals die gebouwd was door de eerste settlers in dit gebied.


De Chute Beulach Ban heeft woeste naam maar is eigenlijk nogal tam en weinig spectaculair. Op de weg komen we langs Arts North, een winkel van boven tot onder vol met mooie spullen. We kunnen nog net voorkomen (hoe moeten we alles naar Nederland krijgen?) dat we niet met een urn, keukenshort en aardenwerken schaal in de auto stappen. Aan het einde van de dag gaan we in het dorpje Neil's Harbor, waar de andere Coop - naast die in Cheticamp - op het eiland staat, om een hap te eten in het Chowder House. Dit is de eettent waar we al een jaar van dromen: op een plek waar de golven tegen de stenen slaan staat een oude houten keet met tafels met plastic kleedjes. Op zo'n plek waar alles nog simpel is, en ook de deepfryer nog niet geintroduceerd is, verschalk ik mijn eerste chowder, en ook nog een lobster.


zondag 29 augustus 2010

Vissen


In Nova Scotia zijn veel vuurtorens, en ze staan op de raarste plekken. Zoals op het hek voor de kerk. Je kunt ook overal zelfgemaakte vuurtorentjes kopen. Opa en oma Duitsland slapen in een cabin die eruit ziet als een vuurtoren. Wij kamperen nog steeds. Het weer is nog steeds mooi, de nachten worden wat kouder zo aan het einde van augustus, maar met slaapzak red ik de -10. Bovendien liggen we met z'n vieren in ons tentje als haringen in een ton. De camping ligt afgelegen, en kijkt uit op Aspy Bay. Als we naar beneden afdalen komen we bij een mooi stuk strand. We springen 's ochtends meteen in het water van de Atlantische oceaan, waarvan we verwachten dat het koud zou zijn maar dat nog steeds verbazingwekkend warm is. We rennen ook weer hard uit het water als we ontdekt worden door enorme zwarte horzelige vliegen.

In de middag gaan Jakob en opa D. vissen. Hoewel A. een jaar geleden manmoedig een snoek aan de haak sloeg, heeft het echte vis-enthousiasme een generatie overgeslagen. A. wandelt liever met de rest naar White Point. Omdat we vrezen dat Rebecca van alles aan de haak slaat behalve een vis, slepen we haar - tegen haar wil overigens - mee op de wandeling.

White point is een stuk rotsig land dat uitsteekt in de zee, met aan het eind twee kleine eilandjes. Er is een gedenkplaats voor de 'Unknown Sailor' en er zijn inhammen met kleine afgeschermde stukjes cobble beach. Beneden op een zo'n strandje is een jongeman bezig een rij te maken van allemaal ronde stenen die geleidelijk in grootte afnemen, en fotografeert het resultaat. Beneden aangekomen zien we dat mensen met een hoop liefde en geduld al sinds jaar en dag geprobeerd hebben op de raarste plekjes stenen neer te zetten; Ach lieve God, denk ik, kijk nu aan. De mens is zo slecht toch niet?

Terug in de haven, blijkt er een vis gevangen te zijn; helaas nog niet door Jakob. 's Avonds belandt vis aan een vork, en wordt boven het vuur gegrild. Deze makreel, hoewel een voortijdige dood gestorven, is niet ongezien gebleven.

maandag 16 augustus 2010

Op rolletjes

Op de rubberen wieltjes van de Montreaalse metro rollen we naar de grote witte olifant van Montreal, het olympisch stadion. De spelen waren in 1976. Het stadion was klaar in 1987. Er waren stakingen, er was brand en er viel een stuk toren naar beneden. En nu moet het ding tot in de eeuwigheid blijven staan, want afbreken is te duur.


We gaan niet met de lift omhoog, niet zozeer vanwege angst voor de stabiliteit van deze witte olifant, maar meer vanwege laaghangende bewolking, en wandelen door naar de Botanische tuinen. We krijgen de indruk dat in Montreal niet alles op rolletjes loopt: het Biodome en het Insectarium zijn al maanden dicht vanwege mot op de werkvloer. Maar de tuinen zijn tevreden stemmend, met name de Japanse Zen of mineraaltuin bestaande uit alleen stenen, die in een asymmetrisch en gebalanceerd gerangschikt zijn, en verbonden door nauwkeurig geharkte patronen.

We mijmeren in de theetuin. We bewonderen bonsaibomen die eeuwenlang met liefde verzorgd zijn, en verwijlen bij bloeiende en uitgebloeide lotusbloemen, luisteren naar het water en het ruisende gras. We doorkruisen het arboretum en rennen naar de metro om nog net het laatste uurtje op de markt van Jean Talon mee te pakken.

Het is hier Little Italy, waar de achtertuinen worden bevolkt door enorme pompoenen en waslijnen met 20 paar zwarte sokken en 10 paar lange onderbroeken. De waslijnen rollen hier trouwens goed, met goed gesmeerde katrollen. 's Avonds eten bij Napoletana. De wijn mogen we zelf meenemen, en wordt bij de overbuurman gehaald.

maandag 9 augustus 2010

Chocolade fondue

Gisteren heb ik voor het eerst van mijn leven chocolade fondue gegeten. De directe aanleiding was het Heritage Festival waar we vorig weekend waren, de lange rij voor de chocolade bananen, en onze belofte aan de kinderen dat we het thuis zouden proberen. Makkelijker gezegd dat gedaan. Eerst, om ervoor te zorgen dat we ook echt aan de slag zouden gaan, hebben we een paar vrienden uitgenodigd. Toen hebben we chocolade, room en fruit gekocht. De laatste horde die nog genomen moest worden was had te maken met het vraagstuk 'Hoe de chocolade warm en vloeibaar te houden?'. We surften het internet af op zoek naar theelichtjes, want dat leek ons de simpelste en goedkoopste oplossing waarmee we zo'n 30 dollar zouden uitsparen (zie hier). IKEA, Canadian Tire, Homedepot, Superstore, niente. Ik overlegde met de vriend van een collega, die raadde The Bay aan. Niets. We weigerden echter om 30 dollar neer te tellen, met het vage gevoel dat er een simpeler oplossing moest zijn. En die was er. Ooit hadden we, als donatie van een van de collega's op mijn afdeling naar aanleiding van mijn oproep in de zomer van 2008 of iemand nog iets in zijn of haar garage had, een aardewerken waxinelichtjepotje gekregen. Daaromheen hebben A & J van J's meccanoset een mooie standaard voor de pan gebouwd (niet in tussen de 25 modellen die we met deze set zouden kunnen bouwen). Et voila, there we are. Dig in!

dinsdag 20 juli 2010

Territoriumdrift

McLennan Lake area: Dag 2
Om 9:30 zitten we weer in de kano. Stabiel weer, maar wel een rokerige mist. A. was niet door een hersenspinsel wakker geworden. Is de wind gedraaid, is dit de rook van een bosbrand verderop in het noorden, is het gisteravond ergens dicht in de buurt ingeslagen? We weten het niet. De wind waait weer in de rug, en na een ochtend peddelen zien we, voor het eerst tijdens deze kanovakantie, andere kanoers. We wisselen wat kanoinformatie uit en ze wijzen ons op een mooie lunchplek. Na de lunch koersen we af op het eilandje dat we op het oog hebben voor de overnachting. Daar aangekomen zien we, tot onze schrik, 3 of 4 tenten staan, en in het midden een professioneel opgezette tarp. Het eiland is ingenomen, maar we besluiten ons tentje erbij te plakken. De plek is te mooi en de volgende plek is te ver, en bovendien is dit land van iedereen.


Op grond van de opschriften op barrels die we zien staan, concluderen we dat het een groep studenten van de University of Calgary moet zijn (UofC outdoor centre). Een paar uurtjes later blijken ze hiervoor een beetje op leeftijd te zijn. Het is een groepje 50-60 jarigen (1 echtpaar, 2 a 3 loners) met een groepsleidster die haar ongenoegen over onze aanwezigheid niet geheel kan verbloemen ("surprised"). Ik weet niet hoe deze reis geadverteerd staat in de UofC outdoor centre folder, maar met zo'n gezin erbij is het toch iets minder pristine en het avontuur iets minder wild. Voor ons is het een blik in de hoog-complexe structuur van zo'n groepsreis. We spreken een groepslid vanuit het water met snorkel op het hoofd, de ander toont ons al zijn gevangen vissen, de volgende bespreekt de rest van de route met ons, en uiteindelijk komt de groepsleidster nog even haar excuses aanbieden voor haar aanvankelijke surprise. Morgen vertrekken zij weer en nemen wij het eiland in! De avond brengen we door in alle rust, ieder aan z'n kant van het eiland. A. maakt nog een avondlijke peddeltocht met de kinders, en ze luisteren allemaal vol bewondering naar het concert van de loons, met echo (luister en huiver: scroll even tot het eind van deze pagina naar de Looney Tunes).


McLennan Lake area: Dag 3
Iedere dag begint met een paar liter water filteren:

Als de groep vertrokken is, verplaatsen wij de tent en spannen onze tarp op. Omdat alle dode bomen op dit eiland opgestookt zijn, maken we een uitstapje naar een eilandje in de buurt voor hout.

Nu we een dak en hout hebben, wordt het tijd voor het volgende lunch-experiment: bannock. A. heeft een aantal ziploc zakjes met bannockmix (bloem, zout, bakpoeder) gemaakt, zodat we een snel brood kunnen bakken op het vuur, met deeg om de stok of als platte broden in de pan. Een tak is de bannockroller.

Later leren we dat de echte profi's de onderkant van de kano gebruiken als bannock-rol-ondergrond. De bannock smaakt erg goed, en nog beter met gesmolten kaas ertussen.

In de middag willen we eigenlijk uit vissen, maar het rommelt en omdat we niet zulke onweerhelden zijn en het eilandje best gezellig is, brengen we de hele middag door met urenlang meditatief houtsnijden, terwijl de hoverflies zorgen voor het achtergrond gezoem. Het is niet eenvoudig om een hoverende vlieg van te leggen, maar op de onderstaande foto staat er toch echt een.

maandag 12 juli 2010

Walleye

In de ochtend gaan we op zoek naar de beheerder van de camping om onze 3 dollar te voldoen, maar we vinden alleen de man, met zijn truck, die 30 jaar geleden de minigolfbaan aangelegd heeft en deze nu moet repareren (maar niet weet hoe). Hij rijdt nog even de omgeving rond op zoek naar de beheerder, maar vindt ook niets. Stelt voor dat wij achter hem aanrijden voor een ruimere blik in de omgeving, maar bedenkt zich 5 minuten later in het besef dat de verhouding tussen inspanning en kosten van de overnachting een beetje buitenproportioneel wordt. Hij wenst ons een goede reis.


Hoe dieper in Saskatchewan, hoe geler de koolzaadvelden. Af en toe steekt een Russisch-orthodox kerkje de kop op, in dorpjes met veelzeggende namen als Krydor. We passeren Prince Albert stad, kopen nieuwe hotdogs, vinden nieuwe plastic eierdoosjes, steken de rivier de Saskatchewan over, en rijden langs Prince Albert National Park. Koolzaad maakt plaats voor boom, en asfalt wordt een weg met zand en steen. De dichtheid van Indianen reserves neemt toe. Om van La Ronge naar Missinipe te komen, hobbelen we 76 kilometer noordwaarts met links, rechts, voor en achter naaldbomen, op de voorruit platte muggen, en achter ons een stofwolk.


Missinipe is het Cree woord voor 'grote rivier' en de naam die de lokale Cree indianen aan de Churchill River hebben gegeven. Mississippi, de zuidelijke nicht, is het Ojibwe of Chippewa woord voor 'grote rivier'. Net voor Missinipe en het Otter Lake, steekt een ware otter de weg over. Als we aan het einde van de middag aankomen in Missinipe, kennis gemaakt hebben met de outfitter en onze gids, tent opgezet hebben, hotdogs achter de kiezen, komt een overbuurman aangewandeld met een bord vol Walleye ofwel Breekbekbaars. Noch van de lichtreflecterende ogen noch van zijn brede bek zien we wat, want dit exemplaar is in stukjes verdeeld en knapperig gefrituurd. Deze middag gevangen, en of we ook wat willen proberen?

zondag 11 juli 2010

Op naar the Shield


Een heel krap weekje, of liever een paar luttele dagen, na onze terugkomst uit Nederland, stonden we alweer in de startblokken voor een volgende reis, een kanotocht in het noorden van Saskatchewan, in de regio die bekend staat als the Canadian Shield. En in die paar dagen was het ook nog stevig aanpoten, want voor Jakob en mij waren het de eerste dagen in ons nieuwe huis en in een nieuwe buurt. Op 11 juli, de dag van de beslissende wedstrijd tussen Oranje en Spanje, net na het beslissende schot en nog allerhand klusjes die nog eventjes afgerond moesten worden, stapten we dan eindelijk in de rode Jeep richting "the northern hamlet of Missinipe". Bij Lloydminster steken we de provinciegrens over, en we overnachten bij Redberry Lake.


Het avondmaal is geen hoogtepunt in ons culinaire bestaan: de hotdogs die we de kinders beloofd hadden, liggen nog in de koelkast thuis. Ook onze 12 eieren in hun 2 net nieuwe gele hard-plastic kampeerdoosjes zullen moeten wachten op onze terugkomst. De No Name superstore vegetable soup die we in plaats daarvan produceren, smaakt naar desinfectiemiddel. Verder zijn er nog 2 van huis meegenomen hardgekookte eieren.

maandag 7 juni 2010

De beste broden ooit

Twee dagen geleden bakte ik de beste broden ooit. Het deeg was perfect gerezen, en in de net gepoetste oven bakten twee goudbruin-krokante bollen met een fijne korst en mooie gluten-structuur. De volgende dag, en ook deze ochtend hadden A. en ik allebei een bittere smaak in de mond. Ik woei het een beetje weg, maar A. rechercheerde driftig het internet, en stuitte op deze pagina. Nu hebben we inderdaad twee dagen geleden, net voor of nadat ik het brood de oven inschoof, een zakje rauwe pijnboompitten weggekaand. Slechte Chinese pitten dus, die onze arme overprikkelde hersentjes in de war sturen. Maar wat hebben die beste broden ooit hier nu mee van doen? Wild speculerend, hadden we de broden verdaderd. De gist was misschien een beetje oud, of nog waarschijnlijker, restanten ovenpoetsmiddel hadden zich in de perfecte gluten-structuur ingevreten. Moest je ook niet kniehoge handschoenen aandoen, terwijl je het spul aanbracht op de ovenwandjes, evenals een mondkapje? De conclusie was snel getrokken, en dr Google te laat geconsulteerd en zo belandden de beste broden ooit in het afval.

zaterdag 1 mei 2010

Minnewanka revisited

Vandaag naar het meer van de geesten, lake Minnewanka, voor een wandeling en een outdoor grill met spek en worstjes, zodat we allemaal goed naar vette rook stinken.

Nee, dit is niet onze picnic tafel.

Aan het einde van de dag zien we nog een bijzonder karakteristiek weghuppelend wit-tailed deer, met zijn witte staartje parmantig in de lucht.

zondag 21 maart 2010

Bitterballen

De vriend van mijn Griekse collega is een Canadees die van koken houdt, en dus hadden we hem, nu mijn Griekse collega een tijdje in het wetenschappelijk Mekka aan de oostkust resideert, uitgenodigd voor Hollandsche pot. Hij komt van de boerderij, en is wel wat gewend. De klapstuk had al een uurtje in de pan gesudderd; uien, aardappels en wortels lagen klaar om gehakt te worden. De jus was nep, en bleek na bestudering van het etiket, niets met vlees te maken te hebben. Hutspot dus. Over het toetje, de vla, had onze huisduitser zich gebogen. Onder het motto van meneer Wateetons "dingen die u met minder moeite en voor minder geld in de supermarkt kunt kopen" was het gelukt om een vanillestokje van 6 Canadese dollars te kopen. Nu moest het de 3 rauwe eidooiers nog lukken om zonder kookthermometer op de juiste temperatuur te komen. Omdat we de vla wilden bestrooien met hagelslag, besloten we in de morgen om op expeditie te gaan richting Ben's meat & deli. Of eigenlijk was de directe aanleiding het hapje vooraf, bitterballen met mosterd, en tegelijk ook een natuurlijk vervolg op ons bezoek aan aan de K&K, ruim een maand geleden (wat nog een Leberkaese opleverde). Toen we de Jeep parkeerden zagen we, door de etalage, de rollen Bolletje torenhoog opgestapeld. Kroepoek, stroopwafels, klompen, appelstroop, drop, blikken boerenkool, het beste wat Nederland te bieden heeft. Rita was trots geweest. Maar ... geen bitterballen. Vroeger werden deze eigenhandig in de winkel gedraaid, maar helaas waren kunde en vaardigheid niet van generatie op generatie overdragen. De suggestie van de baas was om de uit Ontario geimporteerde kroketten te frituren en in stukjes te snijden."Mwaaah, dat is toch geen bitterbal", zeiden we, eetsnobs als we zijn. Toch om te testen een pakje Ontariaanse kroketten meegenomen en voor de zekerheid nog een pak vanillevla. En we schrijven meneer Wateetons aan voor een tip in de serie "Dat maakt u toch zeker zelf".

zaterdag 13 maart 2010

Jack rabbits final potluck

Zelfs al moeten ze zigzaggen, er wordt geskiet tot het laatste klontje sneeuw langzaam druppend in de bodem verdwijnt. Zoals de Nederlander die blijft fietsen ook al is het wegdek een ijsbaan, en zijn 3 kinderen in weer en wind achterop, voorop en naast de fiets blijft transporteren. En zo heeft ieder land haar nationale trots. Wij, duidelijk geen Canadezen, hadden al geen enkele ski meer meegenomen, en ons volledig voorbereid op de finale potluck.


De vuurpot rookte en er werden s'mores gemaakt. Eindelijk begreep ik wat het was: twee crackers en daartussen een gesmolten marshmellow met chocolate chips of een stuk chocolade. Waarschijnlijk doet menigeen er ook pindakaas tussen, of jellybeans. Voor het eerst zag ik ook de jellybeansalad, met coconutdressing (zie foto boven). Ik durfde het niet te proeven. Een hotdog ging er wel in.

Rebecca deed nog rennend mee aan een ski-sneeuwbal biathlon. Jakob had besloten dat de tijd begonnen was waarin hutten gebouwd worden, en zat met zijn vriendje in het bos. Weer een jaartje wachten, en dan kunnen we weer skieen. Omdat we ons deze winter een beetje bedrogen voelen - geen stoere verhalen deze keer - keken we deze week Zero Kelvin.